Foto Maurice Gilliams Maurice Gilliams img: © AMVC

1.2 Silversande en de natuur

We hebben nu al enkele antwoorden op de vraag waarom Elias met Gregoria trouwt. Mogelijk speelt haar onbereikbaarheid mee, en moeten we daarnaast ook spreken van collusie. We moeten misschien rekening houden met een derde mogelijkheid, met name het verband tussen Silversande en de natuur. Het volgende fragment is gesitueerd in de huwelijksreis in de Ardennen. Elias en Gregoria maken een wandeling, en besluiten even in het gras te verpozen.

“Het is mama [mevrouw Balthazar] die eraan gedacht heeft ons een reisdeken mee te geven. Een eindweegs gelopen, op een grazige strook terzij van de landweg, wordt de reisdeken uitgespreid. We vlijen ons erop neer. Een planerende roofvogel cirkelt in de lucht boven ons hoofd. Af en toe geeft hij een schreeuw. We zien een veldmuis vluchten. Denkend aan de vroegere buiten waar ik met mijn ouders woonde: toen heb ik voor later ervan gedroomd, met een vrouwelijk wezen ongestoord alleen, de geheimtaal van het plantaardig leven in mij op te nemen. De omstandigheden hadden het anders met mij voor. Mettertijd ben ik een halfbakken stedeling geworden. Voorgoed ingesluimerd is mijn natuurgevoel echter nooit. Het is de bucolische eenzaamheid rondom het afgelegen Silversande die mijn liefde voor Gregoria heeft aangewakkerd, die me Gregoria deed vinden zoals ik haar gaarne vond. Terug op het land,18 Geen komma in: GILLIAMS, MAURICE, Ik ben Elias. Romans en verhalen. Meulenhoff, Amsterdam, 2000. in een streek die aan de rustieke vertellingen van Hendrik Conscience doet denken, in een huis met twee lindebomen voor de gevel, zal ik voortaan met Gregoria wonen. Een vijver, om op ratten te jagen zoals in mijn knapentijd, is er in de hoving geen te vinden. Met niemand, in de nacht, zal er rond een vuur worden gedanst in maskeradekleren. Het spoelwater van de kaarsenfabriek, achter in de tuin, vervuilt de afvoergeul waar men geen nostalgieke, papieren bootjes laat op varen. Een vredige huisvader wens ik te worden. Zit ik mijzelf er niet belachelijk mee te maken als ik dáraan denk? […]

Door een kraag van hoog opgeschoten gras omringd, gelijkt ons zitje op de uitgestrekte reisdeken een rustig zwaluwnest. Niet goed weten wat anders te doen, graait mijn hand in de halmen. In een halve cirkel laat ik mijn linkerarm over en weer bewegen alsof ik aan het maaien ben. Gregoria ziet me liever onbeweeglijk zitten, zoals zij van stilzitten de kunst bezit. […] Slapjes laat Gregoria haar hand vastnemen. Wanneer ik haar met een zacht rukje naar me toe wil halen, wringt ze haar hand uit de greep van mijn vingers los. Elders, met persoonlijke intenties, zijn haar gedachten met wie weet welke dingen bezig. Het moment schijnt minder gunstig om intieme aangelegenheden met haar te bepraten, ofschoon ik er gebrand op ben licht in onze echtelijke verhouding te brengen. De eerste woorden er nauwelijks over uitgebracht, neemt Gregoria’s tengere statuur een defensieve attitude aan.” (p. 226–228/p. 362–364).

Dit fragment bevat verschillende relevante aspecten. Een eerste aspect betreft de gelijkenis tussen dit citaat en de sublieme illusie over het samenzijn met de naakte vrouw (p. 74/p. 214, cf. supra), aangeziende omstandigheden lijken overeen te komen. Het natuurlandschap is aanwezig, met een expliciete verwijzing naar het gras, en ook de roofvogel is in beide fragmenten terug te vinden. In de luchtvaart betekent ‘planeren’ vliegen met een afgezette motor, en het is een synoniem van‘zweven’. Ook het onbeweeglijk bewegen is hier dus terug te vinden. Gregoria staat zelfs toe dat Elias haar hand vastneemt. De twee citaten lijken dus perfect overeen te komen. Toch zijn er opvallende verschillen. De veronderstelde eenheid van de verstrengelde vingers in de sublieme illusie is hier afwezig, want Gregoria laat haar hand slapjes vastnemen, wat niet echt wijst op verstrengelde vingers, noch op de wens van Gregoria om Elias’ hand vast te nemen. Ze lijkt slechts een passieve rol te spelen. Het tweede grote verschil is het feit dat Gregoria niet naakt is, wat wel het geval is bij de gedroomde figuur in de sublieme illusie. Het is niet makkelijk deze vaststelling eenduidig te interpreteren. Enerzijds kan het wijzen op de onwil van Gregoria om zich figuurlijk bloot te geven, om zich volledig open te stellen voor Elias. Anderzijds kan het ook wijzen op de onwil van Gregoria om geslachtsgemeenschap te hebben met Elias, om zich lichamelijk bloot te geven. Wat er ook van zij, uit dit detail zou men in elk geval kunnen afleiden dat Gregoria niet de gedroomde figuur is. De gedroomde Gregoria, of die nu ‘Die Wahrheit’ is of niet, lijkt niet de reële Gregoria te zijn. Het laatste verschil is de afwezigheid van de eensgezindheid tussen Elias en Gregoria, die in de sublieme illusie te vinden was. Als Elias met Gregoria wil praten over de echtelijke problemen, neemt zij een defensieve houding aan. Dit lijkt te wijzen op grote verschillen tussen het huwelijkspaar, waardoor eensgezindheid natuurlijk onmogelijk is.

Hoewel de twee fragmenten in grote lijnen lijken overeen te komen, neemt Elias geen genoegen met de situatie in dit fragment. De roofvogel is nochtans aanwezig, net als de vrouw, het natuurlandschap en de ‘verstrengelde’ handen. Elias wil echter nog meer, aangezien hij Gregoria met een rukje naar zich toe wil halen. We kunnen dit op twee manieren interpreteren. Enerzijds kan het een poging zijn om de verstarring van Gregoria te doorbreken en zo de gedroomde eenheid en eensgezindheid te verkrijgen. Anderzijds bestaat de mogelijkheid dat Elias geen genoegen neemt met de situatie, en dat hij dus meer wil dan de hand van Gregoria vasthouden. Als we dat laatste aannemen, kan dit gevolgen hebben voor de geloofwaardigheid van Elias, want dan verraadt hij min of meer de idealen van ‘Die Wahrheit’ en de platonische meditaties. Als we kijken naar de bovengenoemde psychoanalytische hypothese, blijkt er nog een derde mogelijkheid te zijn, met name dat Elias zijn libido niet kan onderdrukken. Mogelijk wordt in de sublieme illusie met de naakte vrouw ook geslachtsgemeenschap gesuggereerd. Om tot de verhoopte extase te komen, moet Elias wel geslachtsgemeenschap hebben met Gregoria, moet zij zich letterlijk en figuurlijk blootgeven; het is dus mogelijk dat hij dat hier tracht te verkrijgen. 

Het tweede opvallende aspect betreft de reden waarom Elias besluit om met Gregoria te trouwen. Denkend aan het vroegere buitenverblijf van zijn ouders, bedenkt Elias dat zijn natuurgevoel nooit verdwenen is, hoewel hij een “halfbakken stedeling” geworden is. Hij zegt zelfs dat dit natuurgevoel, de “bucolische eenzaamheid” van Silversande, zijn liefde voor Gregoria heeft doen groeien, en hem de Gregoria deed vinden die hij graag vindt. We krijgen hier dus een verband tussen Elias’ jeugd in het buitenverblijf en zijn liefde voor Gregoria. Mogelijk kunnen we hierbij ook nog ‘Die Wahrheit’ betrekken, aangezien ook zij door Elias met een natuurlandschap en met de eenzaamheid geassocieerd wordt. Hij droomt van een romantische natuuromgeving zoals die in de romans van Conscience terug te vinden is, verbindt deze droom met Silversande, maar hij relativeert hem bijna onmiddellijk. Elias beseft namelijk dat de natuur uit zijn jeugd, met al de verhalen en belevenissen errond, in Silversande niet terug te vinden is. In Silversande vindt men geen vijvers, en de beek wordt vervuild door de kaarsengieterij. De meisjes waarmee hij een rondedans gedaan heeft, zal hij ook niet meer terugvinden. We zouden hieruit kunnen besluiten dat Elias wel droomt van een leven in de natuur zoals in zijn jeugd en in ‘Die Wahrheit’, maar dat hij op hetzelfde moment beseft dat die natuur niet in Silversande te vinden is. Dat kan men ook afleiden uit een andere zin in het fragment. Hij zegt namelijk dat hij vroeger, op het buitenverblijf van zijn ouders, ervan gedroomd heeft “met een vrouwelijk wezen ongestoord alleen, de geheimtaal van het plantaardige leven in [zich] op te nemen”. De natuur is hier opnieuw expliciet aanwezig, maar hij zegt onmiddellijk na deze zin dat de omstandigheden het anders met hem voorhadden. Mogelijk doelt Elias hier op zijn relatie met Gregoria, waarin deze droom niet tot uiting komt. Waarschijnlijk wordt er zelfs verwezen naar de sublieme illusie. Het lukt Elias blijkbaar niet om ongestoord met een vrouwelijk wezen het plantenleven in zich op te nemen. Daardoor wordt ook deze droom geen werkelijkheid.

De natuurervaring van Elias lijkt dus te maken te hebben met zijn jeugd, en deze ervaring wordt blijkbaar via Silversande gekoppeld aan zijn relatie met Gregoria. We kunnen hier ook een verband met ‘Die Wahrheit’ veronderstellen, aangezien in het schilderij de natuur ook een belangrijke rol krijgt toebedeeld. De invloed van de natuuromgeving in Silversande op de relatie met Gregoria is aanwezig, maar de natuur van Silversande is niet de natuur uit Elias’ jeugd. Ook het genieten van de natuur met Gregoria gebeurt niet zoals verhoopt.

Het belang van Silversande en de natuur lijkt vreemd en onwaarschijnlijk, maar ook uit een ander fragment blijkt dat Silversande een grote rol speelt in de verloving van Elias met Gregoria. In het volgende fragment gaat Elias op bezoek bij Gregoria op de dag voor het huwelijk. Hij zit in de buurttram op weg naar Silversande.

“Wij rijden nog steeds door de landgrafelijke bossen, iedere keer een andere brandweg voorbij, om Silversande traagzaam te naderen. Is het de rustieke rust van het Silversande uit Hendrik Consciences tijd; zijn het mijn herinneringen aan de vroegere campagne van mijn ouders die er dromerig, zeer hebben toe bijgedragen, die er bucolisch aansprakelijk voor zijn dat ik van Gregoria ben gaan houden? Op onze (verloren) buiten had ik met Gregoria willen leven. Het had er, nú, onze veilige wijkplaats kunnen zijn. Want niet alle wensdromen behoren zonder meer tot de nostalgieke, gepoëtiseerde fictiviteit. Gregoria is uit zo’n wensdroom van mij niet weg te denken. Bij de vijver had ik haar kunnen zien zitten met een zwarte of rooie poes op haar schoot. Eertijds op onze campagne, nog een kind, heb ik ’s avonds met een meisje rond een vuur gedanst. In Gregoria heb ik gedacht dát meisje weer te vinden.
De buurtram begint nu werkelijk zijn vaart te minderen. Door de enigszins beslagen vensterruit van de coupé waargenomen, heeft het aldus geziene, wazige Silversande me door zijn stemmigheid te pakken. Heb ik Silversande niet altijd min of meer door een waas van dromerigheid gezien wanneer ik er arriveerde? De windmolenwieken draaien. Het rinkinken op het aanbeeld, in de smidse, dringt tot mij door. Een man loopt een lange ladder langsheen de huizen te dragen. Gregoria’s ouderhuis, met de kaarsengieterij, aan de landweg gelegen met twee linden voor de gevel is eindelijk in zicht gekomen. […]
Gregoria heeft me zien binnenkomen. Zij verschijnt aan mij, alsof ik haar voordien nooit zó heb weten te bestaan. Zien komen, is het reeds vooraf bekende waarnemen; zien verschijnen, is het gelijk krijgen omtrent datgene wat men heeft gedroomd. Omdat ze thans een voorschoot draagt, met vlinderige kapjes aan de schouders, is het zogenaamd zondagse, het schimmige van haar weggevallen. Alzo verschenen is zij de enige, de absolute Gregoria die ik bovenal tot vrouw verlang.” (p. 94–95/p. 233–235)

In dit fragment zien we opnieuw hoe belangrijk de natuur is voor Elias. Het Silversande van Hendrik Conscience wordt verbonden met het Silversande dat Elias ziet. Het verband van de jeugdherinneringen met Gregoria wordt hier opnieuw vernoemd, en zowel de wereld van Conscience als die van Elias’ jeugd wordt aan de liefde voor Gregoria verbonden. Elias droomt er zelfs van om met Gregoria op het buitenverblijf van zijn ouders te gaan wonen, en hij ziet haar aan een vijver zitten met een rode of zwarte poes op de schoot. Het is niet echt duidelijk hoe dit geïnterpreteerd moet worden. De poezen kunnen duiden op een libidinaal verlangen naar de vagina, die vaak als ‘poesje’ beschreven wordt, of naar het vrouwelijke, maar het is niet duidelijk of Elias dit bedoelt. De poezen kunnen immers ook symbool staan voor de huiselijke rust waarvan Elias droomt. De jeugd van Elias wordt hier echter opnieuw met Gregoria verbonden, want hij zegt zelf dat hij in Gregoria het meisje dacht weer te vinden waarmee hij in zijn jeugd een rondedans gedaan had.

In de tweede alinea gaat Elias voort met de beschrijving van Silversande. Het dorp bezit stemmigheid, en alles wijst op het landelijke, blijkens de verwijzingen naar een smidse, windmolens, en een man die blijkbaar arbeid aan het verrichten is, aangezien hij een ladder meedraagt. Heel de gedachtegang rond de natuur van Conscience en Elias’ jeugd wordt hier voortgezet, maar Elias gaat nog verder. Silversande lijkt niet alleen vergeleken te kunnen worden metde wereld van Conscience en Elias’ jeugd, het dorp roept ook bepaalde dingen bij Elias op. Hij ziet alles blijkbaar in de waas van een droom. Mogelijk is de invloed van Silversande dus nog groter, want eens het dorp binnengereden, betreedt hij wellicht een soort droomwereld, waarin Gregoria zich bevindt. Het is dus mogelijk dat hij Gregoria eveneens in een waas van dromerigheid ziet.

In de derde alinea ziet Elias dan uiteindelijk Gregoria. Hij bevindt zich waarschijnlijk nog steeds in de sfeer van Conscience en zijn jeugd, en het is in die sfeer dat hij Gregoria ziet verschijnen. In die droomwereld ziet hij haar zoals hij haar wil zien, als de vrouw met wie hij wil trouwen. We zouden hieruit opnieuw kunnen afleiden dat Silversande inderdaad invloed heeft op de manier waarop Elias Gregoria ziet. De band van het dorp met Elias’ jeugd en Consciences’ wereld lijkt ook bevestigd te worden. Als we nog even op deze piste blijven redeneren, dan is de verwijdering van Gregoria uit Silversande tijdens de huwelijksreis geen onbelangrijk detail. Zo verdwijnt ze immers uit de dromerigheid van Silversande, en is ze voor Elias misschien niet langer de gedroomde Gregoria. We kunnen hetzelfde zien bij Gregoria’s bezoek aan Elias’ ouders, waar ze in de ogen van haar verloofde evenmin echt positief naar voren komt (p. 110/p. 249–250).

Gebaseerd op deze twee fragmenten lijkt het m.i. aannemelijk dat Silversande inderdaad een rol speelt in Elias’ keuze voor Gregoria.