Foto Maurice Gilliams Maurice Gilliams img: © AMVC

Psychoanalytische duiding

In de psychoanalyse bestaan twee verschillende visies op de geïdealiseerde liefde. Enerzijds plaatst Moyaert haar in verband met de verliefdheid, de passie en de sublimatie. Anderzijds ziet Vergote haar in de context van de hysterische neurose. Zonder een standpunt te willen innemen in deze discussie, is hier voor de tweede visie geopteerd, omdat deze goed toegepast kan worden op Gregoria en op Elias. Voor de bespreking van de hysterische neurose zullen we ons vooral baseren op een tekst van Corveleyn17 VERGOTE, A.; MOYAERT, P. (ed.), Psychoanalyse. De mens en zijn lotgevallen. DNB/Uitgeverij Pelckmans, Kapellen, 1988, p. 52-90..

Volgens Corveleyn is een centraal gegeven in de hysterische neurose het onleefbaar gemis of de onverdraaglijke onvoldaanheid. Een normaal, niet–hysterisch subject zal op zoek gaan naar het geborgen gevoel van vóór de geboorte. Deze vervulling van het verlangen kan bereikt worden door het Oedipuscomplex, en door een toetreding tot de taal en de communicatie. De hystericus wenst dit echter niet; hij wenst een volledige voldoening van het verlangen, compleet geluk, en een volledige vervulling van de dromen. Normaliter leidt het inzicht in de gebrekkigheid van de wereld tot een relativerend en rustgevend gevoel. De hystericus wenst echter geen herkenning van het gemis, maar een opvulling ervan. Het gemis wordt op die manier aangetast op twee gebieden, met name de zelferkenning en de seksuele relatie. Als we nu naar de verhouding van Elias tot ‘Die Wahrheit’ kijken, blijkt deze laatste inderdaad een symbool te zijn voor het gemis dat Elias ervaart. De gewone meisjes vertonen gebreken, en daarom geeft hij ook niet aan hen toe. Het gebrek van de meisjes zorgt niet voor herkenning. Elias blijft zich richten op een volledige vervulling van het verlangen, dus op ‘Die Wahrheit’, op het volstrekte geluk dat hij zal vinden, en op de dromen.

We gaan nu nader in op het probleem van de zelferkenning. De hystericus blijkt namelijk erg onzeker te zijn; daarom is de erkenning van anderen zo belangrijk. Hij legt de nadruk op zijn uiterlijk, op zijn kleren, en hij wil door middel van verhalen opvallen in het gezelschap. Deze dingen blijken aanwezig te zijn bij Elias. In de roman wordt verscheidene keren gewezen op zijn onberispelijke kleren. Als Elias Gregoria bezoekt op de dag voor het huwelijk, ontmoet hij mevrouw Balthazar. Zij maakt zijn vlinderdas los (p. 106/p. 246), maar hij haast zich de das weer vast te knopen (p. 107/p. 246). Als hij op de dag voor het huwelijk naar Silversande vertrekt, besluit hij een ander kostuum en een betere das uit te zoeken (p. 77/p. 217–218). We zouden dit kunnen zien als een teken van Elias’ bezorgdheid om zijn kleding. Het is voor hem wellicht ondenkbaar om met een losse vlinderdas rond te lopen. Elias geeft ook veel om vormelijkheden. Over de wekelijkse ontmoetingen met Gregoria bij Wom. zegt Elias: “Uiterlijk ten strengste beheerst, de gepaste beleefdheidsvormen in acht genomen, dacht ik, ’t is eender voor wie, het geheim van mijn innerlijke brand te kunnen bewaren.” (p. 58/p. 199). Hier wordt misschien duidelijk dat Elias veel geeft om de vormelijkheden, wat ook blijkt uit de ontmoeting van Elias met mevrouw Balthazar in de tearoom. Ze zegt namelijk dat hij zich “niet langer zo braafjes ouderwets [mag] gedragen, […] geen bourgeoise, akelige vormelijkheden meer [mag] aankleven” (p. 287/p. 422). De wens van Elias om goed en beleefd over te komen, blijkt dus alleszins aanwezig te zijn. Het laatste aspect van de hystericus is de wil om op te vallen, bijvoorbeeld door middel van verhalen. Dit aspect is zeker in Gregoria terug te vinden; denken we maar aan de vele verhalen van Elias over zijn jeugd en het landhuis. Hij wendt zich eigenlijk tot de nadruk op het gedrag, de kleding en de verhalen om zo de kleinheid te verbergen en van de onzekerheid verlost te raken. We kunnen deze onzekerheid misschien verbinden met het feit dat Elias bijvoorbeeld op het gebied van relaties en seksualiteit niet ervaren is, zoals we in het hoofdstuk over de godsdienst gezien hebben. Het belang van de uiterlijke verschijning kan een oorzaak zijn voor de ontreddering van Elias na de processie (cf. Hoofdstuk II). Hij mag immers niet plaatsnemen bij de familie Balthazar, en dit kan voor hem een zware belediging zijn als hij inderdaad hysterisch is. Dan vindt de openbare erkenning door zijn schoonfamilie niet plaats, en verdwijnen zijn kleinheid en onzekerheid niet.

Wat betreft de seksuele relatie, moeten we vermelden dat de problemen op dat gebied zich vooral voordoen bij hysterische vrouwen. We moeten in het geval van Elias m.i. ook en vooral spreken van hysterie op seksueel gebied. De grondslag ligt opnieuw bij de onvervulbare onvoldaanheid, die nu uitgedrukt wordt in een ideaal– of droombeeld in de vorm van een vrouw die niet kan teleurstellen omdat ze zonder gebrek is. Zij zal de gebreken en de twijfels van de hystericus wegnemen. In het geval van Elias moeten we wellicht spreken van gereserveerde weigerachtigheid. Hij wijst verschillende meisjes af, of hij blijft koel tegenover leeftijdsgenotes, vanuit de zoektocht naar het ideale object dat het gemis volledig zal oplossen. Als men dan toch trouwt, is het vaak met een goede vriendin, en is de relatie meestal platonisch. Elias blijkt wel degelijk op het lichaam gericht te zijn; wellicht moeten we hier verwijzen naar de religieuze voorschriften die stellen dat een huwelijk pas geldig is na de consummatie ervan. We zien hier duidelijk dat de positie van ‘Die Wahrheit’, als droombeeld in de hysterische neurose, helemaal niet zo vreemd is, en dat de afwijzing van particuliere objecten net gekoppeld is aan hun particulariteit. Elias wil geen particuliere meisjes, hij wil ‘Die Wahrheit’, die al zijn problemen zal oplossen.

De hysterische neurose kan zich echter ook op het gebied van de carrière uitdrukken. Een hystericus kan namelijk problemen hebben om dingen te vervolmaken, om hogerop te geraken. Ook de problemen om dingen af te werken zijn bij Elias te vinden. Na een gesprek met zijn moeder over het verschil tussen de mensen zegt Elias: “Doch sedertdien is het misschien aldus met mij begonnen: spontaan, in één geut, heb ik voortaan niets meer kunnen afmaken, niets meer een toets van voltooidheid kunnen geven.” (p. 15/p. 157). Hij zegt dus zelf dat hij niets meer kan afwerken. Bij een bespreking van zijn studiejaren zegt Elias voorts: “Na tal van onbezorgde, vlijtige ofschoon onpraktische studiejaren werd ik, zonder veel goesting, in het bedrijf van mijn vader opgenomen.” (p. 72–73/p. 213). We zouden hieruit kunnen afleiden dat Elias het moeilijk heeft om dingen af te werken, en dat hij de motivatie mist om hogerop te komen.

Het lijkt interessant om wat dieper in te gaan op de oorzaken van de hysterische neurose. Bij Elias moet men de oorzaak wellicht in de Oedipale fase zoeken. De jongen wordt dan geconfronteerd met een gemis bij het meisje, en dit gemis doet hem denken aan de kwetsbaarheid van het geslachtsorgaan. De bewondering voor de vader zorgt ervoor dat de moeder als libidinaal object begeerd wordt, maar de jongen stuit hier op het incestverbod van de vader. Dit verbod heeft uiteindelijk tot gevolg dat de castratieangst opnieuw opgeroepen wordt; de moeder vervalt als libidinaal object, en er vindt een identificatie van de vader in de tweede orde plaats. Het laatste is eigenlijk een interiorisatie van het incestverbod (de vader als verbieder) en van het toonbeeld (vader als ideaal) voor een latere, niet incestueuze objectskeuze. Mogelijk gaat het bij Elias nu net bij deze objectskeuze fout. Hij wil misschien dé man zijn bij wie dé vrouw past, maar als een vrouw interesse toont, kan ze niet de perfecte vrouw zijn. Als de vrouw echter de kwaliteiten heeft die Elias wenst, zal ze wellicht niet van hem moeten weten. Vanuit de stelling dat de perfecte vrouw voor de hystericus afstandelijk en ongeïnteresseerd is, kan Elias Gregoria inderdaad als de perfecte vrouw beschouwen. Misschien vinden we ook de Oedipale fase in Gregoria terug. Het is mogelijk dat de dweperijen van Elias met het katholieke geloof geplaatst moeten worden in de context van het libidinaal verlangen naar de moeder. Van zijn ouders is zij namelijk degene die het rooms–katholieke geloof aanhangig is, en misschien zijn het altaartje en de roeping tot missionaris (zie Hoofdstuk II) wel een uitdrukking van dit verlangen. Het is nog opvallender dat vader Lasalle tussenkomt in de dweperijen van zijn zoon; hij is degene die het altaartje laat afbreken en Elias verplicht meer lichamelijke beweging te nemen. Misschien kunnen we veronderstellen dat dit een illustratie is van het incestverbod van de vader tegenover de zoon.

Wat impliceert dit alles nu voor de lectuur van de roman? Als we de voorgaande interpretatie van Elias als hystericus aannemen, hebben we een kader gevormd waarbinnen de problemen van Elias beter begrepen kunnen worden, en de droombeelden van onder meer ‘Die Wahrheit’ betekenis krijgen. We zijn vertrokken van de stelling dat ‘Die Wahrheit’ gewoon een droombeeld is, maar in het kader van de hysterische neurose krijgt ze de status van ideaal object. De vraag is nu waarom Elias voor Gregoria kiest als hij een ideaal object voor ogen heeft. In de volgende paragrafen zullen we een antwoord proberen te vinden op die vraag.