1. ‘Die Wahrheit’
1.1 ‘Die Wahrheit’ als belichaming van Elias’ ideeën
De betekenis van ‘Die Wahrheit’ en de invloed ervan op Elias
In de twee vorige hoofdstukken zijn we dieper ingegaan op de problemen in het huwelijk van Elias en Gregoria. Uit het eerste hoofdstuk kwam naar voren dat de hysterische neurose waaraan Gregoria lijdt, een belangrijke oorzaak is van deze problemen; in het tweede hoofdstuk werd gewezen op de tegenstrijdige religieuze opvattingen van het huwelijkspaar. Het lijkt nu aangewezen om de verbeelding van Elias te bekijken, om op die manier een beter begrip te krijgen van zijn verwachtingen van het huwelijk. Dit zal aanvankelijk gebeuren aan de hand ‘Die Wahrheit’, een schilderij van Ferdinand Hodler.
Het eerste relevante fragment moet gesitueerd worden in een passage waarin Elias nadenkt over zijn leven als eenzaat. Hij heeft nauwelijks vrienden, doolt vaak rond in Antwerpen, en hij zoekt zijn toevlucht tot de literatuur. ‘Die Wahrheit’ blijkt een belangrijke rol te spelen in deze manier van leven:
“Waar ik me gans niet aan verwachtte: mijn innerlijk gemis, voorlopig zonder naam – bij toeval, als droombeeld, heeft het een naam gekregen. Onvoorziens is een reproduktie van Ferdinand Hodlers schilderij Die Wahrheit in mijn bezit gekomen.
Uit het afgebeelde kunstwerk kwam een vrouwelijk wezen op me toegetreden, onbedorven, poedelnaakt, de armen extatisch opgeheven. Lichamelijk was haar verschijning zonder aantrekkelijk, zinnelijk stoffeersel, ascetisch, rank en broos. Haar neergeslagen ogen blikten naar de grond die (symbolisch?) met een mengeling van madelieven én van rotsig puin was bezaaid. Een uitgestrekt bergmeer, met aan de overzij nevelige bergruggen, vormde de achtergrond. Van de onherbergzame wereld verwijderd, van de maatschappelijke onreinheid verlost, hier was de waarheid existentieel komen leven, aan de ijzige bergkou vrijwillig blootgesteld – ‘den die Schwärmer fliehen und die Denker suchen’ (Fritz Burger). Haar aldus te zien afgebeeld, een om het dénkend verdriet te verzachten onontbeerlijk vrouwelijk wezen, liet ik er mij van overtuigen dat de drift–der–driften in géést te transfigureren is.
Mijn zoveel oudere, mijn ervaren neven vonden Hodlers waarheid betreffende het eeuwig vrouwelijke een geriefelijk object voor heremieten en eunuchen. Ik werd erom uitgelachen, naar de treurberg der idioten verwezen. ‘Méé met haar boven– en ondergoed,’ jokten ze, ‘had de artiest de vrouwelijk fascinatie van zijn model zoekgebracht.’ Schriel, vies, afstotend in haar blootje, zoals ze tentoon was gesteld: waar ging men de viriele man vandaan halen, ertoe bereid om uit een houten sculptuur nakomelingen te procreëren? Mijn bewondering voor Die Wahrheit kreeg heel wat kwetsende pikanterieën te incasseren, met alle vulgariteit vandien. Samen met míjn Hodler werd ik tot de frugale onnozelingen gerekend. Men zegge het voort.
Heel wat anders vanmijnentwege zag ik in Die Wahrheit; namelijk door middel van Hodlers plastische vormentaal was een mystieke inhoud, leesbaar, tot expressie gekomen. Of was het mijn honger naar spiritualistische verheffing (onder meer mijn dagelijkse lectuur van Hadewych) die me parten speelde, waardoor ik de betekenis van Die Wahrheit mystificeerde?” (p. 55–56/p. 196–197).
Het fragment is behoorlijk complex, en het zal daarom besproken worden vanuit verschillende invalshoeken. Eerst zal het taalgebruik behandeld worden, vervolgens een mogelijke interpretatie van het schilderij zelf, en tenslotte zal de betekenis van het schilderij voor Elias aan bod komen.
Elias lijkt in dit fragment te spelen met de verschillende betekenissen van woorden. In de eerste alinea zegt hij bijvoorbeeld dat ‘Die Wahrheit’ “zonder zinnelijk stoffeersel” is, en deze uitdrukking kan een dubbele betekenis hebben. Enerzijds kan de wending geparafraseerd worden als ‘zonder wellust opwekkende versieringen’, waarbij de nadruk op de sensualiteit ligt. Hodler heeft haar dus geschilderd zonder versieringen (bv. kleding en lichaamsdelen) die wellust opwekken en de vrouwelijkheid overdreven accentueren. De uitdrukking kan anderzijds ook geparafraseerd worden als “zonder zintuiglijk waarneembare versieringen”, waarbij de nadruk op de betekenis van ‘Die Wahrheit’ ligt, en niet zozeer op de schildertechniek. De vrouw in het schilderij is inderdaad niet mooi, en ze is zonder versieringen, maar die versieringen kunnen te vinden zijn op een hoger, geestelijk niveau. De schoonheid van ‘Die Wahrheit’ is als het ware niet waarneembaar met het oog, maar wel met de geest.
Elias speelt mogelijk opnieuw met de taal als hij het landschap in het schilderij beschrijft. Hij legt de nadruk op de bergen (“bergmeer”, “bergruggen” en “bergkou”) en de rotsen, waardoor de lezer de ruimte van het schilderij wellicht gaat interpreteren als een onherbergzaam gebied. In het schilderij komen echter ook madelieven voor, waardoor het onherbergzame karakter van de ruimte in het schilderij wat gerelativeerd kan worden. De lezer kan de ruimte in elk geval als onherbergzaam beschouwen, maar voor Elias is dit niet zo. Volgens hem is de wereld van de maatschappij onherbergzaam. De wereld van de bergen is dus als het ware herbergzaam, terwijl de wereld zonder bergen onherbergzaam is. Het taalspel van Elias lijkt mischien gezocht, maar het is in elk geval een opvallend gegeven in de tekst.
De betekenis van het schilderij is niet zonder problemen vast te stellen. Een eerste aspect is de naakte verschijning van de vrouw. Mogelijk wordt hier verwezen naar de naakte waarheid, want ook in het Duits vindt men deze uitdrukking terug (‘die nackte Wahrheit’). De complexiteit van de interpretatie heeft voorts te maken met het feit dat er verschillende versies van ‘Die Wahrheit’ bestaan. In een van die versies is ze aangekleed en jaagt ze demonen weg, waardoor men haar zou kunnen interpreteren als de waarheid, die als romantisch ideaalbeeld van de zuiverheid al de onzuiverheden verjaagt. Dit wordt ook gesuggereerd door de afwerende beweging van de armen. In de versie die in Gregoria15 GILLIAMS, MAURICE, Gregoria of een huwelijk op Elseneur. Esoterische memorabilia 1938 [1982]. Meulenhoff en Kritak, Amsterdam en Leuven, 1991, p. 2. afgedrukt staat, zou die zuiverheid ook benadrukt kunnen worden door de naaktheid van de afgebeelde vrouw. De ruimte van het schilderij suggereert eveneens zuiverheid; de bergen, het bergmeer en de rotsen wijzen misschien op het romantische ideaal van de ongerepte natuur. Het is slechts in deze geïdealiseerde natuuromgeving dat de waarheid tevoorschijn kan komen, en ze de demonen kan verdrijven. Deze interpretatie wordt bijgetreden door het feit dat Hodler een symbolist was; in het symbolisme staat de spanning tussen het waarneembare (de naakte vrouw) en de verborgen werkelijkheid (de zuiverheid) centraal.
De demonen waarvan boven sprake is, lijken echter niet in de versie van het schilderij in Gregoria voor te komen. Men kan zich bijgevolg afvragen in hoeverre we nog kunnen spreken van een afwerende beweging en van ‘Die Wahrheit’ als symbool voor de zuiverheid. De versie van het schilderij in Gregoria moet wellicht gezien worden in het licht van de andere versies, en misschien kunnen we spreken van een variatie op hetzelfde thema. De geraadpleegde secundaire literatuur16 HIRSH, SHARON L., Ferdinand Hodler. Prestel-Verlag, München, 1981. over Hodler geeft hierover echter geen uitsluitsel.
De betekenis van het schilderij voor Elias blijkt ook complex te zijn. ‘Die Wahrheit’ symboliseert m.i. twee belangrijke zaken voor hem.
Enerzijds staat het schilderij symbool voor het innerlijke gemis van Elias, waarbij waarschijnlijk verwezen wordt naar de afwezigheid van vrienden en een geliefde. ‘Die Wahrheit’ staat alleen in een barre omgeving, zonder enige menselijke contacten, net zoals Elias zonder diepgaande menselijke contacten leeft. De vraag is echter hoe het schilderij precies symbool staat voor Elias’ eenzaamheid. Vindt Elias troost in de eenzaamheid van de afgebeelde figuur, of is er ook sprake van een ideaalbeeld? De laatste mogelijkheid lijkt adequater te zijn dan de eerste; Elias spreekt tenslotte van een “droombeeld” en van “bewondering voor Die Wahrheit”.
Elias gaat dieper in op ‘Die Wahrheit’, en gebruikt daarbij termen die een idealisering suggereren. ‘Die Wahrheit’ wordt namelijk beschreven met woorden als “ascetisch” en “extatisch”. Elias legt tevens de nadruk op de onaantrekkelijkheid en de breekbaarheid van haar lichaam. Ze is daarnaast onbedorven, en ze leeft in een wereld die, volgens Elias, scherp contrasteert met de onherbergzame wereld en de onreine maatschappij. Al deze elementen wijzen op eenzaamheid en verlatenheid. Vanuit Elias’ standpunt slaagt ‘Die Wahrheit’ erin om haar barre situatie te veranderen in iets positiefs. Ze is een ascete, die ondanks de moeilijke levensomstandigheden en omgeving toch nog extase vindt. Dat is nu net wat Elias niet kan; hij mijmert over de eenzaamheid, over het gebrek aan vrienden, en hij kan vanuit die situatie geen extase vinden. Het schilderij toont voor hem waarschijnlijk aan dat die extase wel te vinden is; het moet daarom wellicht ook als een ideaalbeeld beschouwd worden. Dat blijkt eveneens uit de beschrijving van de omgeving, die heel positief geduid wordt. Elias bevindt zich in de maatschappij en zegt daarvan dat ze onrein en onherbergzaam is. Het lijkt daarom correct te zeggen dat de extase, op basis van moeilijke levensomstandigheden en eenzaamheid, pas te vinden is in de natuuromgeving waarin ‘Die Wahrheit’ afgebeeld wordt. Pas als Elias zich in een soortgelijke omgeving bevindt, zal hij ook extase kunnen vinden. We botsen hier alweer op de idealisering, maar dit keer van de ruimte in het schilderij; misschien kan dit nog op een andere manier aangetoond worden. Elias wijst op de ijzige bergkou en verbindt er een citaat mee van Fritz Burger: de denkers zoeken de bergkou, terwijl de pijlstaartvlinders haar ontvluchten. In de daaropvolgende zin beschrijft Elias ‘Die Wahrheit’ als “een om het dénkend verdriet te verzachten onontbeerlijk vrouwelijk wezen”. Het lijktme niet vergezocht om Elias als een van die denkers te typeren, en om bijgevolg te zeggen dat ook hij de bergkou in het schilderij zoekt. De idealisering van het schilderij is dus ook hier terug te vinden.
‘Die Wahrheit’ staat anderzijds symbool voor de de vrouwelijkheid, want in de tweede alinea beschrijft Elias het schilderij als “Hodlers waarheid betreffende het eeuwig vrouwelijke”. Hij verwijst hier niet naar het lichaam van de vrouw, maar naar het abstracte beeld van de vrouwelijkheid, die mogelijk op een geestelijk niveau gezien moet worden. Het onaantrekkelijke en broze lichaam van de afgebeelde figuur stond al eerder centraal, en dat is een bijkomende aanwijzing voor de stelling dat ‘Die Wahrheit’ niet het vrouwenlichaam, maar het vrouwelijke symboliseert. Dat wordt nog onderstreept door de laatste zin van de eerste alinea, waarin Elias stelt dat “de drift–der–driften in géést te transfigureren is”. Het is echter onduidelijk wat de drift–der–driften precies is. Het feit dat de transfiguratie ervan niet altijd mogelijk is, lijkt op de seksuele drift te wijzen. Die is namelijk gericht op het lichaam, en om die reden niet zo makkelijk als geest voor te stellen.
Deze visie van Elias op ‘Die Wahrheit’ wordt echter niet door iedereen begrepen. Zijn neven verwijzen vaak naar het lichaam van ‘Die Wahrheit’, en beschrijven haar als “schriel, voos, afstotend in haar blootje”. Het schilderij is voor hen een “geriefelijk object voor heremieten en eunuchen”, wat een interessante beschrijving is. Ze zegt namelijk iets over Elias. De twee elementen van de typering kunnen immers ook voor hem gelden. Hij leeft in eenzaamheid, heeft geen geliefde, en hij doolt voortdurend rond. In dat opzicht is hij inderdaad een heremiet. De afwezigheid van een geliefde en van drift bij Elias past ook wel bij de typering als eunuch, al mag de geslachtsloosheid hier niet lichamelijk opgevat worden.
We kunnen dit fragment in verband brengen met de mystiek. In het vorige hoofdstuk werd erop gewezen hoe Elias de geslachtsgemeenschap ziet als een manier om tot hogere, geestelijke betrachtingen te komen. Het lichaam is als het ware een manier om een geestelijke exaltatie te bereiken. Ook hier is het lichaam een middel om tot een geestelijk niveau te komen. In allebei de betekenissen van ‘Die Wahrheit’ wordt het lichaam wel vermeld, maar het is slechts een tussenstap om tot een geestelijke gedachte te komen. De naakte figuur op het schilderij is geen lustobject voor Elias, maar veeleer een symbool voor de eenzaamheid en het eeuwig vrouwelijke. Meer nog, de drift–der–driften, waarvan we veronderstellen dat hij de op het lichaam gerichte lust is, wordt op het schilderij voorgesteld als geest. De lichamelijkheid van ‘Die Wahrheit’ wordt vergeestelijkt; ze is dus opnieuw een manier om tot hogere ideeën te komen. De mystiek is overigens ook terug te vinden in de beschrijving van het schilderij. Elias verwijst immers naar de ascese en de extase, die ook in verband gebracht kunnen worden met de mystiek. Meer nog, hij vraagt zich af of zijn visie op ‘Die Wahrheit’ niet onder invloed van de geschriften van Hadewijch ontstaan is.
Het is nu wellicht duidelijk dat ‘Die Wahrheit’ een ideaalbeeld is voor Elias. Ze is mogelijk een symbool voor zijn eenzaamheid en voor de vrouwelijkheid. Ze vormt ook een ideaal waarin de eenzaamheid overwonnen wordt, en waarin zelfs extase te vinden is. Het is mogelijk dat dit ideaalbeeld geen verdere gevolgen heeft voor Elias’ visie op de liefde en het leven. Het volgende citaat bewijst echter dat dit niet zo is. Het fragment moet gesitueerd worden in de periode van de verloving:
“IN DE VOORBIJE jaren heb ik mijn verlangen naar het gelukkig–zijn in platonische meditatiën trachten te bevredigen. Mijn bewondering voor Die Wahrheit van Hodler is er een aanduiding van. Het vooralsnog zinnelijk onbereikbare voor mij, het werd erdoor geïdealiseerd. Met de godsdienstige mythe der zuiverheid grootgebracht, ten koste van disciplinaire pijnen, dacht ik me vooralsnog van de natuurlijke zinnelijkheid te mogen isoleren. Het onbevlekbaar reine: ik droomde er mij aan zat. Uiterlijk waargenomen een schijnbaar onbenaderbaar individu, wist ik in mijn omgang met jeugdige vrouwen, met meisjes van mijn leeftijd uiterst koel te blijven. […] Wie diende er aan de weet te komen, dat ik, ter compensatie van mijn vereenzaming, af en toe van een sublieme illusie genoot?– Ik zag me languit gestrekt op een grasheuvel naast een jonge, naakte vrouw rusten. Onze vingers waren verstrengeld. Eensgezind peilden wij het hemels azuur waarin een vogel boven ons hoofd, op onbewogen adelaarswieken, rond bleef cirkelen. – Ik had er geen flauw vermoeden van, dat het lot mij voorbestemde ooit een reële Gregoria te ontmoeten, ene die in onze huwelijksliefde er alles voor over wilde hebben om de horizontale mét de verticale belevingen te doen samenvloeien. Met géén zo’n ideale samenvloeiing in het verschiet ware het onverantwoordelijk geweest te willen trouwen.” (p. 74/p. 214).
Uit het eerste fragment kon de betekenis van ‘Die Wahrheit’ voor Elias afgeleid worden. Het tweede fragment wijst vooral op de invloed van het droombeeld op het leven van Elias. Reeds uit de eerste zin blijkt dat zijn geluk samenhangt met “platonische meditatiën”. Hij kan in zijn eigen visie pas gelukkig zijn door middel van platonische meditaties, en niet door de bemiddeling van het lichaam, wat de verhouding tussen lichaam en geest in het vorige fragment lijkt te bevestigen. De nadruk ligt dus op de geest. Het schilderij zorgt er echter ook voor dat hij het “zinnelijk onbereikbare” idealiseert, wat samenhangt met de religieuze mythe van de zuiverheid. Men kan hier opnieuw wijzen op de dubbele betekenis van ‘zinnelijk’: Elias idealiseert mogelijk datgene wat onbereikbaar is voor de zintuigen, maar ook datgene wat onbereikbaar is voor de (lichamelijke) wellust.
Deze idealisering van Die Wahrheit, en de zuiverheid waarvoor ze symbool staat, heeft echter gevolgen voor het leven en het gedrag van Elias. Hij zegt namelijk zelf dat hij zich, onder invloed van deze idealisering, onthoudt van de natuurlijke wellust, die op het lichaam gericht is, en van de natuurlijke zintuiglijkheid. ‘Die Wahrheit’ is, met andere woorden, geen abstract droombeeld dat in Elias’ hoofd sluimert, maar een geïdealiseerd droombeeld dat invloed heeft op zijn dagelijks leven. Dat wordt bevestigd door zijn houding tegenover de meisjes van zijn leeftijd. Vanuit hun standpunt (“uiterlijk waargenomen”) is hij schijnbaar onbenaderbaar, maar hij voelt zich m.i. wel tot hen aangetrokken. Dat zou men kunnen afleiden uit het woord “wist”: Elias houdt zich niet koel tegenover meisjes, hij weet zich koel te houden tegenover hen; dit impliceert mogelijk dat hij zich wel aangesproken voelt door vrouwen, maar dat hij dat gevoel onderdrukt. De reden daarvoor moeten we misschien niet zo ver zoeken. Hij idealiseert namelijk ‘Die Wahrheit’; zij is zijn voorbeeld omdat ze het geestelijke en het oneindige vertegenwoordigt. De reële meisjes zijn niet geestelijk en oneindig; ze zijn reëel, lichamelijk en dus eindig.Daarom moet hij zich intomen tegenover hen: ze passen niet bij zijn ideaal. Als hij aan hen toegeeft, verraadt hij wellicht ‘Die Wahrheit’.
De invloed van ‘Die Wahrheit’ gaat misschien nog verder. Ze lijkt niet alleen een abstract ideaal te zijn dat Elias’ gedrag tegenover de andere sekse bepaalt, ze is voor hem wellicht ook de ideale partner. Hij droomt namelijk van een reëel samenzijn met een naakte vrouw in een natuurlandschap. De blauwe lucht en Elias’ uitgestrekte houding in deze droom lijken rust te suggereren, net zoals de vogel die zich zonder vleugelbewegingen beweegt. De verstrengelde vingers symboliseren de eenheid van de partners, en die eenheid is ook terug te vinden in het eensgezind peilen van de hemel. Het peilen lijkt dan weer naar de diepgang, de verticale (tegenover de horizontale) beweging te verwijzen. Een eenduidige interpretatie van deze wensdroom is moeilijk te geven, en er zijn m.i. twee mogelijkheden. Enerzijds kan de vrouw gewoon Gregoria zijn, met wie Elias wil samenleven. Anderzijds kan de naakte vrouw uit de droom ook ‘Die Wahrheit’ zijn; ze is tenslotte naakt en ze bevinden zich in een natuurlandschap, twee elementen die ook terug te vinden zijn in het schilderij.
Onmiddellijk na deze wensdroom verbindt Elias de naakte vrouw echter met Gregoria. Voor hem is de gedroomde figuur, of die nu ‘Die Wahrheit’ is of niet, in haar te vinden. Dankzij Gregoria zullen het horizontale (aardse?) en het verticale (geestelijke?) met elkaar samenvloeien. Zonder de verwachting van deze samenvloeiing zou het voor hem zelfs onaanvaardbaar zijn om te trouwen. Het belangrijkste is echter dat Elias een onderscheid lijkt te maken tussen de reële en de gedroomde Gregoria. Enerzijds is er de vrouw met wie hij in de natuur samen is, en die parallellen lijkt te vertonen met ‘Die Wahrheit’. Anderzijds is er de echte Gregoria, van wie hij hetzelfde verwacht als van de gedroomde vrouw. Het verband tussen Gregoria en ‘Die Wahrheit’ zal later meer aandacht krijgen.
- Home
- Thesis
Maurice Gilliams