Foto Maurice Gilliams Maurice Gilliams img: © AMVC

1.3 Geloof en het huwelijk

In de vorige paragraaf hebben we gezien hoe Elias de officiële, liturgische Kerk afwijst, maar wel een zeker mystiek geloof in Jezus belijdt. Vanuit deze afwijzing zou men verwachten dat hij deze visie voortzet in het huwelijk, maar dit blijkt niet te gebeuren.

Uit het hoofdstuk over het huwelijk bleek dat tussen Elias en Gregoria verschillende opvattingen bestaan over seksualiteit. Gregoria dringt aan op een platonische relatie, terwijl dit door Elias radicaal afgewezen wordt. Elias vindt een eerste basis voor de afwijzing van de platonische relatie in godsdienstige traktaten. Eerder hadden we echter geconcludeerd dat vooral de kunst en de mystieke auteurs van belang zijn. Zij nemen voor Elias een positie in tussen de Kerk en het gevoel, terwijl de godsdienstige traktaten bijna helemaal de voorschriften van de Kerk behandelen, en in dit geval zijn dat de voorschriften en raadgevingen voor het huwelijk. Waarom grijpt Elias terug naar de hoogst theoretische traktaten als hij nu net dat deel van het geloof afgezworen heeft (cf. supra)?

Men kan echter nog een andere reden vinden voor de gerichtheid op een seksuele relatie met Gregoria. Zoals eerder al werd aangegeven, kan het lichaam ook een manier zijn om geestelijk hoogstaande ervaringen te bereiken. Het eerste fragment over seksualiteit lijkt die kant uit te gaan. Na Elias’ eerste poging om seks met Gregoria te hebben en Gregoria’s eerste afwijzing, maakt Elias de volgende bedenking: “Liefhebben, tot het uiterste doorgedreven, het gebeurt in trance, in den bedde, als een zaligende noodwendigheid waar gehuwden zich wederkerig toe ver–binden.” (p. 171/p. 309). Wat me hier vooral interesseert, is die trance waarover Elias spreekt. Liefhebben kan en mag niet tot een platonische relatie verworden, maar vindt pas zijn hoogtepunt in de seksuele relatie tussen de twee partners. Deze visie vertoont sterke overeenkomsten met de mystieke ervaringen van Elias en zijn vergelijkingen met Hadewijch. Ook daar is het lichaam een manier om tot hogere doeleinden te komen, denken we maar aan het citaat over de pijn en het reinigende vuur. Seksualiteit heeft in dat opzicht niet veel te maken met een consummatie van het huwelijk; het wordt een manier om tot een hoger niveau, een trance te komen. Deze visie op seksualiteit is sterk mystiek gekleurd.

Elias verwijst echter ook naar de godsdienstige traktaten. Als hij na het vorige citaat opnieuw toenadering zoekt tot Gregoria, wijst ze hem af, wat hem ertoe brengt zijn eigen ervaringen op seksueel gebied te onderzoeken. Die blijken er niet te zijn: “Over de apologie van het christelijk huwelijksbegin, over de seksuele gezondheidsleer voor gehuwden heb ik een massa gegarandeerd geloofwaardige auteurs geraadpleegd. Allen te zamen waren die profeten het erover eens: op pene van een vooruit te betreuren onderneming, moest er seksueel absoluut ongerept, door man en vrouw virginaal in een eerste huwelijk worden getreden.” (p. 172/p. 309). Nu wordt Elias’ dubieuze houding pas in zijn volle licht duidelijk. Hij dringt aan op geslachtsgemeenschap, maar heeft absoluut geen ervaring op dat gebied, behalve een vage gedachte over de liefde en godsdienstige traktaten. Het opvallende is dat hij zich niet afkeert van die traktaten (ze maken tenslotte deel uit van de kostschoolsfeer die Elias afwijst), maar dat hij zich integendeel expliciet op de traktaten richt. Dit spreekt alles tegen wat we al over zijn godsdienstig gevoel gezegd hebben. In het gewone geloof lijken de mystiek en de muziek belangrijk te zijn, maar in het huwelijk zijn de voorschriften uit godsdienstige traktaten belangrijk. In het eerste laat Elias zijn gevoel en kritische zin primeren, wat uiteindelijk wel in een religieus gevoel resulteert. In het tweede neemt hij zonder enige vorm van kritiek de gedachten van de Kerk over. En het wordt nog ingewikkelder.

Op p. 219/p. 355 haalt Elias zwaar uit naar de leermeesters en nonnen uit de kostscholen. Ze steken de hoofden van de leerlingen vol nutteloze dingen om het geheugen te trainen, en Elias wijst hen opnieuw af. Zowel de nonnen als de paters kunnen er wel voor zorgen dat leerlingen zich onthouden van masturbatie, maar ze bereiden hen niet voor op het huwelijk. Het gedachtegoed van de kostscholen komt sterk overeen met het ideeëngoed van tante Theodora, maar het wordt duidelijk onderscheiden van de godsdienstige traktaten. Men kan hier de vraag stellen wat het verschil is tussen beide. Zijn de godsdienstige traktaten goed omdat ze over het huwelijk praten, en de kostscholen en tante Theodora niet? In de grond spreken ze toch nog altijd over dezelfde zaken, met name over een ontmaagding die slechts plaats mag vinden tijdens het huwelijk. Ze behandelen de seksualiteit nog altijd betuttelend, zonder er expliciet over te spreken. Daarom is het ook logisch dat Elias later die godsdienstige traktaten afwijst.

Tijdens de huwelijksreis piekert Elias over de seksuele problemen die tussen hem en Gregoria bestaan. Opnieuw gaat hij na welke fout hij gemaakt kan hebben, en hij verwijst ook naar de traktaten: “Om me, burgerlijk, op het huwelijk voor te bereiden, heb ik gewaarborgd christelijke verhandelingen over het samenleven van man en vrouw geraadpleegd, er me blind op gelezen; doch met meer dan een zedekundig levenspatroon werd ik niet voortgeholpen. Hoofdzakelijk ging het over de seksuele gezondheidsleer, over de zonden der jeugd en met wie men mag trouwen, over de schaduwzijden van het geslachtsleven, etcetera.” (p. 225/p. 361). Opnieuw wordt de officiële godsdienst afgewezen, ditmaal omdat ze geen oplossing biedt voor de problemen die Elias heeft met seksualiteit. Uiteindelijk wordt de verschillende waardering van de traktaten en de kostscholen door Elias uitgegomd. Hij beseft dat de traktaten hem, evenmin als zijn opvoeding in de kostscholen, geholpen hebben om seksualiteit te beleven.

In de bespreking van de mystieke gevoelens en de seksualiteit binnen het huwelijk zijn we echter voorbijgegaan aan de huwelijksethiek van Elias, die sterk op de religie gebaseerd lijkt te zijn. Hoewel Elias voor het huwelijk vaak spreekt in termen die seks met Gregoria lijken te suggereren, heeft hij geen geslachtsgemeenschap met haar. Ook in het huwelijk houdt hij wellicht vast aan de christelijke huwelijksmoraal.

Tijdens de huwelijksreis zegt Gregoria iets tegen Elias dat hem erg van streek brengt. Ze stelt hem namelijk voor ’s avonds te masturberen, net zoals zij dat doet: “Mijn verbeelding doet de rest om me neer te slaan, om niet te geloven wát Gregoria me komt voor te stellen: – nog vanavond, in bed, op dezelfde wijze zoals zij het gewend is te doen, moest ik mijn zinnelijke kramp tot ontspanning brengen. […] Al mijn energie, mijn uithoudingsvermogen heb ik vandoen om me kranig te houden. Allemaal is het op mij overgekomen alsof ik Gregoria verspeel, alsof we van ras verschillen.” (p. 232/p. 368). De suggestie van Gregoria brengt een wel erg sterke reactie teweeg bij Elias. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Ten eerste is het mogelijk dat Elias vasthoudt aan de strikte religieuze stelling die zegt dat masturbatie ten strengste verboden is. Hij is al eerder in contact gekomen met deze stelling in de kostschooltijd. Als hij het leven daar beschrijft, zegt hij het volgende: “Op mijn tweede confessionele school moesten we met onze beide handen boven op de beddedekens slapen. Het werd door een surveillant van de dortoir gecontroleerd of we in de voorgeschreven houding sliepen.” (p. 253/p. 388). Het is mogelijk dat Elias zich nog steeds houdt aan deze voorschriften van de kostschool, die voortvloeien uit het christelijke verbod om te masturberen. Daarom is de suggestie van Gregoria voor Elias misschien ook zo uitdagend. Deze mogelijkheid wordt bijgetreden door de gedachte van Elias dat Gregoria met een biechtvader zou kunnen spreken om de problemen op te lossen: “Kan een serieuze, uitgelezen biechtvader er worden bijgehaald om Gregoria van haar sensuele eigenliefde af te helpen?” (p. 233/p. 369–370). Mogelijk is deze gedachte van Elias ontstaan omdat Gregoria erg gelovig is; het is daarnaast wel opvallend dat de oplossing voor het probleem van de masturbatie onmiddellijk bij een biechtvader gezocht wordt. Het is een biechtvader die aan Gregoria zal moeten duidelijk maken wat haar plicht is en wat ze niet mag doen (nl. masturberen).

Een tweede mogelijkheid heeft eveneens met een katholiek voorschrift te maken. De gedachte dat hij zou masturberen, is voor Elias misschien zo onverdraaglijk omdat ze niet strookt met zijn visie op het huwelijk, met name dat een huwelijk pas geldig is na de consummatie ervan. Dat hij er zo over denkt, is al eerder aangetoond, maar na de eerste toenadering tijdens de huwelijksnacht bedenkt hij: “Een trouwring heb ik haar, heeft zij me vanmorgen aan de vinger geschoven. Is Gregoria ervan overtuigd dat alles dáármee heeft opgehouden, dat alles er compleet is mee afgedaan om voortaan mevrouw Lasalle te heten?” (p. 171/p. 309). Elias beschrijft hier de beweging van de ring over de vinger, die een penetratie lijkt te suggereren. Als men dat aanneemt, dan kan men de vraag van Elias of het daarbij moet blijven dubbel interpreteren. Elias kan dan verwijzen naar de beweging, alsof hij zich afvraagt of dat de enige penetratie is die zal gebeuren. Het staat evenwel vast, of men het voorgaande nu aanneemt of niet, dat Elias de consummatie van het huwelijk verwacht, omdat het nu eenmaal zo hoort. Men is pas echt getrouwd als het huwelijk geconsumeerd is. Dit vloeit voort uit de katholieke stelling dat een huwelijk slechts mag afgesloten worden als het het voortbrengen van kinderen als doel heeft. Mogelijk denkt Elias ook aan deze stelling: van de katholieke Kerk moet er geslachtsgemeenschap zijn om van een huwelijk te kunnen spreken, omdat kinderen nu eenmaal het doel zijn. Deze mogelijkheid krijgt ook meer bewijskracht door een citaat uit de argumentatie van Elias tijdens de huwelijksreis, waarin hij Gregoria tracht te overtuigen geslachtsgemeenschap met hem te hebben: “Zónder de in bezit nemende waarheid, zónder de existentiële beleving ervan, zónder de daarvoor bestemde geslachtsorganen te gebruiken, is het huwelijk niet voltrokken.” (p. 220/p. 357). Dit citaat verwijst naar de gedachte dat het huwelijk pas voltrokken is als men geslachtsgemeenschap gehad heeft, maar ook naar een existentieel niveau van de geslachtsgemeenschap.

De derde mogelijkheid heeft niet echt iets met de katholieke Kerk te maken. Elias vindt seks belangrijk omdat het een middel is om in extase te komen, denken we maar aan zijn stelling dat liefhebben pas echt gebeurt in bed, als in een trance (cf. supra). Dit hangt samen met zijn visie op liefhebben, en een afwijzing van geslachtsgemeenschap betekent voor hem een beperking van die liefde. Als hij dan zelf nog zou beginnen masturberen, ontneemt hij zichzelf de mogelijkheid om die grote liefde te bereiken, en beperkt hij zichzelf.